Hoogbegaafd en te eigenwijs voor werk

Hoogbegaafde verveelt zich gauw bij een baan met te weinig uitdaging
Dit artikel uit de volkskrant van 9 jan. 2007 is nog actueel en zeer herkenbaar, als je het mij vraagt.
(Noot: Ik ben zelf trouwens niet van mening dat ik echt uitdagend werk nodig zou hebben om gelukkig te zijn, ik vind mijn geluk inmiddels in "kleinere" dingen)
Hieronder het artikel:

Zo'n 2,5 procent van de bevolking is hoogbegaafd, maar slechts de helft van hen weet het ook. Ze denken sneller en kunnen meer tegelijk  in zich opnemen. Werk daar maar eens mee samen.
Tekst: Paulien Bakker

Je bent jong en je hersenschors is te dik ‘Een hoogbegaafde vraagt veel aandacht’

 ‘‘Ik kan mijn vleugels niet uitslaan’, horen we vaak van hoogbegaafden’, vertelt Willem Kuipers. Hij en Annelien van Kempen van het bureau Kuipers & Van Kempen richten zich specifiek op de loopbaanbegeleiding van hoogbegaafden. Kuipers noemt hoogbegaafdheid een ‘precisie- instrument’. ‘Je kunt tot excellentie komen, maar dat luistert wel nauw. Met een raceauto kun je best je boodschappen halen, alleen is het niet erg efficiënt.’ Hoogbegaafden wijken vaak af in de intensiteit waarmee ze hun werk doen, de complexiteit van hun denken en doen en hun gedrevenheid, signaleert hij. ‘De problemen die wij zien hebben bijna altijd te maken met maat houden. Mensen schieten bijvoorbeeld door in hun faalangst of perfectionisme. Het is een bron van zwakte als iemand op de verkeerde plek zit, en omgekeerd een bron van enorme kracht als iemand op de goede plek zit.’ Kuipers ziet daarnaast veel communicatieproblemen. ‘Hoogbegaafden denken vaak in grote denkstappen of zijn beelddenkers. Dat is lastig zodra ze een idee over willen brengen.’ Daarbij vraagt een hoogbegaafde ook nogal wat van een leidinggevende. ‘Een goede leidinggevende toont belangstelling en heeft een authentiek vertrouwen in zijn hoogbegaafde medewerker, maar geeft hem of haar ook alle ruimte.’ ‘De inhoud biedt me zelden uitdaging, ik lees me snel in en onthoud wat ik lees’, vertelt Wim Oosterveld (38). ‘Waar ik goed in ben is verbanden leggen. En dan met name de verbinding maken tussen generalisten en specialisten.’ Jarenlang zwierf Oosterveld van baan naar baan, maar hij was nergens echt op zijn plaats. Na een dromerige middelbare schoolcarrière, een jaartje Pabo wat het toch niet was, en de verplichte militaire dienst, ging hij aan de slag bij een verzekeraar. Daar groeide hij in een paar jaar tijd uit van jongste bediende zonder opleiding naar kwaliteitsmedewerker en uiteindelijk zelfs OR-voorzitter voor alle 2500 medewerkers. Maar Oosterveld bleef rusteloos. Hij wist zich steeds razendsnel in nieuwe materie te verdiepen, maar daarna zette al snel de verveling in. Of stuitte hij op een leidinggevende die hem te weinig ruimte gaf. Pas op zijn dertigste, toen hij voor een managementfunctie een psychologisch onderzoek onderging, kwam Oosterveld erachter dat hij hoogbegaafd is. ‘Ik heb veel vrijheid nodig. Ik zoek zelf mijn toegevoegde waarde. Voor sommige leidinggevenden ben ik te eigenwijs,’ zegt hij nu.

Extra eigenwijs 
Wie een IQ heeft van 130 of meer geldt als hoogbegaafd. Als heel Nederland een IQ-test zou doen, zou het gemiddelde zo rond de honderd liggen. Tweederde van de bevolking scoort tussen de 85 en 115. Maar eenderde zit een flink eind van het gemiddelde af. De helft scoort onder de 85 en de andere helft boven de 115. Zo’n 2,5 procent scoort boven de 130. Hoogbegaafden zijn intellectueel vaardig, structureel nieuwsgierig, hebben een sterke behoefte aan autonomie, zijn grenzeloos in het najagen van interesses en kenmerken zich door een combinatie van emotionele onzekerheid en intellectuele zelfverzekerdheid. Dat stelt het bureau Kuipers en Van Kempen, dat zich specialiseert in loopbaanbegeleiding aan hoogbegaafden (zie kader). Oosterveld past wel in die opsomming. Hij stelt nuchter: ‘Ik geloof niet dat hoogbegaafd zijn per se een pré is. Het is ook een extra vermogen om eigenwijs te zijn.’ Maar inmiddels is hij zich er wel van bewust dat hij anders denkt dan anderen. ‘Als ik merk dat ik niet begrepen word, zoek ik de oorzaak bij mezelf. Wat vooral lastig is, is om te weten hoeveel tussenstapjes anderen maken om tot een conclusie te komen. Ik maak grote gedachtesprongen in mijn hoofd. Anderen doen dat ook, maar het verschilt hoeveel stappen ze overslaan om bij de uitkomst te komen. Ik weet nooit zo goed hoeveel tussenstapjes ik moet geven. Dat is het lastigste als je in een groep spreekt.’ Toch heeft Oosterveld inmiddels zijn plekje gevonden. Als beleidscoördinator bij gemeente Helmond adviseert hij over allerlei sociaal- maatschappelijke thema’s. Daarnaast is hij secretaris van het Brabantse Peel-overleg en ondersteunt hij de projectleider bij het project deregulering, om wet- en regelgeving te verminderen. Oosterveld functioneert als ‘s ch a k e l - kastje’ en probeert succesverhalen van buiten de organisatie in de organisatie te introduceren. ‘Ik heb nu een voor mijn manier van werken ideale leidinggevende. Hij laat mij vrij om in de organisatie te kijken waar ik mijn toegevoegde waarde kan leveren. Dat is waar ik goed in ben.’

Depressies 
De een heeft talent voor rekenen, de ander voor taal, muziek, kunst of sport. Je zou het kunnen zien als allemaal pijltjes op een dartbord. Zolang dat nog binnen het normale blijft, past het op het bord. Maar exceptionele talenten kunnen op iedere plek van het dartbord afvallen. Dat maakt het ook lastig om elkaar of alleen maar jezelf als hoogbegaafde te herkennen. ‘De helft van de hoogbegaafde volwassenen weet niet of zij hoogbegaafd is’, vertelt de in hoogbegaafdheid gespecialiseerde Wendy Lammers van Toorenburg. Als er geen problemen zijn, is er ook geen reden om een intelligentieonderzoek te doen. Bovendien is hoogbegaafdheid deels erfelijk en valt een hoogbegaafd kind in het eigen gezin daardoor minder op. Als het goed gaat op school, een universitaire studie volgt en daarna een baan als wetenschapper, hoeft het zelfs nooit een thema te zijn. ‘Maar er is ook een categorie die uitvalt op school, allerlei baantjes heeft maar nergens echt past. Ze hebben overcapaciteit. Een academisch denkvermogen doet het slecht achter de kassa’, vertelt Lammers van Toorenburg. Vooral als de begaafdheid niet aan schoolvakken is gerelateerd, of misschien wel maar de leraar tergend traag door de stof heengaat en de snelle denker voortijdig afhaakt, kan de hoogbegaafdheid onopgemerkt blijven. Het echte probleem blijft dan, ook omdat eerder al het zelfvertrouwen is geschaad. ‘Hoogbegaafden denken sneller, ze denken anders. Vaak worden ze al in hun jeugd raar gevonden. Dat kan een heel laag zelfbeeld geven.’ Ze weet waar ze het over heeft; ze kwam er zelf pas op 41-jarige leeftijd achter dat ze hoogbegaafd was toen haar zoon problemen kreeg op school. ‘Ik ging naar een lezing over hoogbegaafdheid en ineens biggelden de tranen over mijn wangen. Het ging over míj. Ik voelde me altijd al raar, niet begrepen. Ik had last van paniekaanvallen en depressies. Baantjes hield ik nooit langer dan anderhalf jaar vol. Ik heb altijd gedacht dat ik nog eens opgenomen zou worden in een kliniek; ík functioneerde niet in groepen, dat lag aan mij want ík was anders.’

Buikpijn 
Inmiddels heeft ze een bloeiende praktijk in het begeleiden van hoogbegaafde kinderen én volwassenen. De problemen die ze zelf tegenkwam bij de twaalf ambachten en dertien ongelukken die ze afliep, herkent ze bij veel cliënten. Ze vervelen zich bijvoorbeeld en worden niet genoeg uitgedaagd op hun werk. Of er ontstaan communicatieproblemen doordat ze te grote denkstappen maken, zoals Oosterveld beschrijft. Soms zijn ze ook bedreigend voor hun baas of collega’s, vanwege hun turbo denkvermogen. ‘Het werktempo van hoogbegaafden ligt hoog en daarmee maak je je niet altijd populair onder collega’s.’ ‘Overleven in een wereld die niet bij je past kost veel energie. Als je niet begrijpt waarin je anders bent, is het heel vermoeiend’, waarschuwt Lammers van Toorenburg. ‘Je moet voor jezelf weten wanneer je jezelf zodanig aanpast dat je er pijn van in je buik krijgt en wanneer je dat doet om er een bepaald doel mee te bereiken. Je zult handigheid moeten krijgen in het vinden van oplossingen.’ Ze leerde zelf om bij vergaderingen haar inbreng te doseren. ‘Je moet het tempo van de groep bijhouden, en niet over ze heen denderen met al je ideeën. Ik let nu ook op lichaamstaal. Als ik zie dat mijn gesprekspartner een gesloten houding heeft, met armen en benen over elkaar heen, houd ik mijn ideeën voor me. Pas bij een open houding geef ik mijn inbreng.’ Oosterveld weet inmiddels wat een baan moet hebben om langer zijn aandacht vast te houden. ‘Het werk moet een bijdrage leveren aan mijn leven, ik moet erin kunnen groeien. Ik wil dat het ertoe doet wat ik inbreng.’

 Hoogbegaafdheid zit tussen de oren, blijkt uit onderzoek dat vorig jaar in Nature stond. De Amerikaanse onderzoeker Philip Shaw deed 15 jaar lang hersenmetingen bij ruim driehonderd normaal- en hoogbegaafde kinderen. Hij ontdekte dat de hersenschors van hoogbegaafde kinderen vier jaar langer rijpt. Bij normaal begaafde kinderen bereikt de hersenschors zijn maximale dikte op 7-jarige leeftijd. Bij hoogbegaafde kinderen op 11-jarige leeftijd, en dan is die dikker dan die van normaal begaafde kinderen. Daarna wordt de hersenschors weer dunner, vermoedelijk doordat de hersencellen efficiënter gaan werken. In Talent, het tijdschrift over (hoog)begaafdheid vertelt Shaw: ‘De veranderingen waren het duidelijkst te zien in de frontale hersenschors. Dat deel is belangrijk bij logisch redeneren, het plannen van acties en andere complexe activiteiten. De meest dynamische veranderingen in de hersenschors vonden we bij de intelligentste kinderen.’

2 opmerkingen:

  1. Ik kan me hier echt helemaal in vinden, en in combinatie met de ADHD, verveel ik me zo snel dat ik op werk schommel tussen in razendsnel tempo veel te veel werk opleveren of helemaal niets doen omdat ik me verveel en er tegenop zie. Ben me al een tijdje aan het bevragen of het een idee is om een soort conceptuele denktank met adhd'ers en hoogbegaafden te creëren. Het lijkt er op alsof de beste en meest creatieve oplossingen uit deze groep mensen komen en dat als er 'normale' mensen zijn die de saaie administratieve dingen kunnen doen, hiermee prachtconcepten kunnen worden uitgewerkt.

    BeantwoordenVerwijderen